In 2025 telde watersportrecreatie.nl (PDF) in totaal 4,6 miljoen Nederlandse watersporters. Maar de vraag of jij in het dagelijks leven ook tot die laatste groep behoort, laat zich soms lastig beantwoorden. Omdat het begrip watersport zo vreselijk divers is, weet niemand meer precies waar de watersport ophoudt of waar het begint. Watersportrecreatie.nl telt tenslotte ook sportvissen, duiken, suppen en zwemmen mee. Maar zwemmen – de meest rudimentaire vorm van bewegen in water – associeer je opmerkelijk genoeg niet eens als eerste met het woord ‘watersport’. En hoe zit het met golfsurfen, aquajoggen of yoga’en op je supboard? Schaatsen vinden wij doorgaans geen watersport, ook al doe je dat op bevroren water. Watersporten vormen meer en meer een container-begrip voor ontspannende buitenrecreatie. Ver weg van sporten waarbij het je groen en geel voor de ogen wordt. Of waarvoor je het karakter van een professionele wielrenner nodig hebt. Door een tropisch zwembad te bezoeken ben je toch niet meteen een watersporter?

Als we het recreatieve platform ‘Pretwerk.nl‘ mogen geloven zal het begrip watersport steeds vloeibaarder worden. Samen met HISWA-RECRON (waarin je de belangen van watersportondernemers sinds de fusie in 2020 ook al een beetje als ‘verwaterd’ zou kunnen beschouwen) stelt Pretwerk vast dat jachthavens ‘zich niet meer uitsluitend richten op ligplaatshouders en passanten, maar ook op bezoekers zonder eigen boot. Horeca, verhuur, evenementen, recreatieve routes en verblijfsconcepten kunnen de haven een bredere economische basis geven.’ Ik lees de tussenkop ‘van bootproduct (..) naar recreatieve toepassing’. Zo verdaagt de watersport meer en meer in de recreatieve pretparkenhoek. Pretwerk.nl schetst deze ontwikkeling naar aanleiding van de Hiswa te Water 2026. Even een zijweg: De eigen persberichten van de afgelopen beurs vermelden wél het aantal boten (ruim 425) en een recordaantal exposanten (361), maar laten ons raden naar het aantal betalende bezoekers. Ben je toch ook benieuwd naar.
Niet dat alle watersporters nu massaal op de nominatie staan te degraderen tot consumerende slapjanussen. Bij het waterskiën komt toch echt een behoorlijke portie spierkracht kijken, en op je surfboardje door een schuimende branding peddelen vereist een topconditie. Over conditie gesproken, roei in je skif de Bosbaan maar eens heen en weer op de top van je kunnen. Of zeil maar eens een 470 met windkracht zes. Voor deze watersporten moet je zowel lichamelijk als mentaal echt wel tegen een stootje kunnen. Wat te denken van zeezeilers die solo voor de eenzaamheid van de oceaan kiezen en zoals in de Vendée Globe willens en wetens totaal op zichzelf aangewezen zijn. Nog zo’n discipline die weinig met recreatief vertier van doen heeft.
Nee, op een zomerse dag een bootje huren, maakt je nog geen watersporter. Een watersport beoefenen is iets anders dan incidenteel recreëren op het water. Het één gaat wel vloeibaar in het ander over. Er ontbreekt een heldere grens. Vandaar dat het aantal van die 4.6 miljoen Nederlandse watersporters mij nogal ruim voorkomt. Maar dat is dan op basis van mijn begrip. Iedereen trekt immers zijn eigen grens. Het wel of geen watersporter zijn betreft misschien eerder een gevoel. Dat maakt het nogal ingewikkeld. Reden om alert te blijven op sommige definities. Voor je het weet, tel je straks in de statistieken al mee als watersporter, zodra je van één van de ‘alternatieve verblijfsconcepten’ van de jachthaven gebruik maakt.
Zo dreigt een vorm van inflatie maar overal. Of zou het – om de werkelijkheid te verdoezelen – in wezen eigenlijk krimpflatie à la Milky Way zijn? Het monster van de inflatie steekt zelfs de kop op rond de olympische tak van de watersport. Die vorm van de kleinzeilerij kun je toch met recht nog een echte sport noemen. Ook al blijft voor de winnaar net die ene toevallige windvlaag een lot uit de loterij. Maar goed, ook voor die discipline is ooit de Conny van Rietschoten-trofee bedacht. Deze jaarlijkse prijs ontleent z’n naam en prestige aan een onomstreden zeezeilheld van het oude stempel. Eentje die de oceanen bedwong. In 2025 heeft de jury van de toekennende ‘Stichting Zeiltrophy’ echter gemeend deze prijs te moeten toekennen aan een Friese zeiler zonder indrukwekkende palmares, die min of meer bij toeval (‘een vreemd WK ‘) een windarm Laser WK in China had gewonnen. Ik schreef daar eerder over. Dit jaar is deze Van Rietschoten-trofee-winnaar (hij kon er ook niets aan doen, het was hem maar overkomen. Daarom noem ik z’n naam hier maar niet) op eenzelfde Laser WK niet verder gekomen dan de 43-ste plaats. Misschien is hij wel bezweken onder de druk van zijn Van Rietschoten-status. Valt de man dus niets te verwijten (als hij maar lol houdt in wat hij doet), maar is eerder de schuld van de Van Rietschoten-trofee jury, die met haar lichtvoetige toekenning tegelijkertijd alle prestige van de onderscheiding te grabbel heeft gegooid. Uit louter pr-gemak voor een ‘Zeiler van het Jaar’-gala-avondje. Zo lijdt nu zelfs de Van Rietschoten-trofee onder – zoals een vriend van mij zegt – winflatie.
Onze wellness-cultuur rukt op. Jachthavens veranderen in allround recreatiebedrijven vol comfort en vertier. Watersportprijzen devalueren tot media-tooltjes. Als de watersport maar niet zo ver verwatert, dat we straks met ons allen op het droge komen te liggen.
Met vriendelijke groet,
Bert Kuijpers,
Opstapper Vaarmarkt
